News About Video Press Agenda Contact

Reviews

2018-11-25, louder than war

Knalpot are a Dutch duo that have been resolutely ploughing their own furrow for what feels like decades. In that enterprise they’ve been quietly heroic, though this latest release seems to be of more a poppy character than their last – the squidgy and blurty Yes Please. They are still a very rackety band, when something can be banged or clattered, it is. We still get their trademark gobbets of noise; the beat on opener ‘Effe Zitte’ doing a fine impression of Art of Noise. When the temperature drops we start to uncover new elements to the sound, which really give Dierendag a 20-20 vision. ‘Fifteen Again’, for example, is a splendid mantra, the sticky dub pustulous and seething with unuttered thoughts. Then there is the title track, which starts almost as Ye ‘Floyd in their post-Barrett mourning phase. Until the pots and pans start up again, that is. ‘Effe Ligge’ is the key cut, the lovely sliding effects and plinky plonky key sounds lending an almost Baroque air to the piece.

 

What makes this a very enjoyable listen is the way the duo clearly communicate their interest in building their tracks out of sounds that excite them. Nothing feels forced or pyrotechnical for the sake of it, which is rare in this particular world. In that enterprise they sound very German; Dierendag reminds me of Cologne’s Guido Moebius or Toulouse Low Trax would do, just muck about until a solution appears out of the sonic mist. Take ‘Finally 43’ which starts as the most basic of splurt-fests before deciding what to do. It’s actually funny. In fact, I have long suspected that there is a secret organisation of lunatic blokes making bangs and thumps with wires pedals and programmes all over Europe. It’s an upgrade on Heath Robinson shed life. For instance the guitar break on the glorious cracklefest, ‘Indianerwurst’ comes on like Lithuanian skronk vendors, Sheep Got Waxed. Other bits on ‘Erwin and Mitch’ sound like Rotterdam’s Noodlebar have been sending them sonic love letters, “through pipes”. All very clandestine.

 

This is one of those things that could pass you by. But you shouldn’t let it as it’s a great release that grows on you the more you play it.

2018-11-13, jazzconvention

Non poca (e maliziosa) vanità nell'enunciare che nessun ausilio da computer è stato impiegato durante la realizzazione dell'album, impiantato comunque su una forza elettroacustica di grandi implicazioni energetiche. 

Figurazioni vibratorie delle elettroniche, organiche alla ritmica ostinata, pervasiva e dallo sviluppo plastico, decisamente dominante (e diremmo vitale) nella fisionomia dell'animata band, ne configurano appunto il sound, per il quale è chiamata in causa una messe di matrici ispirative, non del tutto sovrapponibili e per lo più non esplicite (tra cui Sigur Rós o Supersilent), ma ciò non limita lo slancio originale e la personalità della band, che dispensa non poca e fluente ironia, e non ci riesce difficile convenire sui tratti di "poliritmia dalla metrica insana" convivente (e connivente) con costruzioni armoniche segnate dalla profonda turbolenza del groove, ineludibile ingrediente della movimentata successione scenica dell'album. 

La stringata ma (acusticamente) generosa band, di natali austro-franco-germanici per quando insediata ad Amsterdam, dal presente Dierendag (in testa ad una già consistente discografia) rileva ulteriore definizione del proprio composito stile, apprezzabilmente all'insegna della turbolenza e del sano e costruttivo humour. Appagante. 

2018-11-12, GONZO circus

Knalpot, het duo van drummer Gerri Jäger en gitarist Raphael Vanoli, is altijd druk in de weer geweest met elektronica. Daarmee vullen ze het grondwerk op dat ze met hun instrumenten geplaatst hebben. Dat deden ze al op hun debuut-ep 'Serious Outtakes'. Zeven jaar later hebben ze hun werkwijze steeds verder geperfectioneerd. Op 'Dierendag, toepasselijk gepresenteerd op 3 oktober, laten ze horen hoe flexibel ze opereren. Ze springen heen en weer tussen ritmes die al hakkelend en haspelend toch steeds precies op hun plaats vallen en voluit voortstomende akkoorden op gitaar die Jäger met krachtige slagen van extra brandstof voorziet. Vervolgens remmen ze effectief af door net achter elkaar aan te lopen. Maar ze kunnen ook ruimte scheppen door zacht galmende tonen en akkoorden van de gitaar rondom synthesizer tonen te weven, terwijl Jäger daar heldere tikjes overheen legt die opkomen uit een stevig basisritme. Het mag bij Knalpot alle kanten opgaan. Het is verbazingwekkend hoeveel variatie ze in hun muziek weten aan te brengen. Soms klinken ze als een eenheid die de elektronische dansvloer met zijn klanken onveilig maakt, dan weer vliegen ze vooruit in dampende rock, om vervolgens muzikaal in tandem de hik te krijgen. De energie lijkt onuitputtelijk. Maar wat verzuchten mensen als ze moe zijn? 'Effe zitten'. Of, als de inspanning uitzonderlijk geweest is: 'effe liggen? Van Knalpot mag het allemaal. Ze openen hun 'Dierendag' met een zit-sessie, en bijna sluiten ze af door het uit volle overgave op een liggen te zetten. Maar uiteindelijk 

gooien ze de remmen los in 'Erwin And Mitch'. Erwin mag eigenaardig dronken hinkelen, terwijl Mitch steevast de benen neemt. Met Knalpot weet je waar je staat: van het ene been op het andere. En het beste been is het verkeerde been. 

2018-11-05, jazzflits

Droogkloterig, dat is de eerste indruk die je krijgt als je het hoesje van dit nieuwe album van de Nederlandse band Knalpot voor je hebt. Titels als ‘Effe zitte’ en ‘Effe ligge’, in combinatie met de albumtitel ‘Dierendag’ en de absurdistische fotocollage op de voorzijde, suggereren muziek die zichzelf niet al te serieus neemt. En dat wordt ook (deels) bevestigd bij het beluisteren van deze plaat, de eerste volwaardige cd sinds 2014 (‘Yes Please’). Het slotstuk, bijvoorbeeld, ‘Erwin and Mitch’, kent een heel melig synthipop-deuntje, dat omlijst wordt door heavy metal-achtige powerchords. Het levert een fijn, vervreemdend effect op. Het is kenmerkend voor de muziek van het Amsterdamse duo van gitarist Raphael Vanoli en drummer Gerri Jäger, door de toevoeging van elektronicaman Sandor Caron uitgegroeid tot een trio. De heren houden van vervreemding, en het tegenover elkaar zetten van genres. In het titelstuk gebeurt dat met een lieflijke gitaarmelodie, een beetje Pink Floyd-achtig, die op zijn plek wordt gezet door een lompe rockbeat, die stopt en start, en zo het cliché ook weer mooi op afstand houdt. De verbindende factor in de muziek is de elektronica, die in zijn benadering herinneringen oproept aan avant-rockbands uit de late jaren zeventig en vroege jaren tachtig, zoals Cabaret Voltaire en Throbbing Gristle. Puur op klank wordt echter wel van meet af aan duidelijk dat Knalpot geenszins van plan is om ouwe meuk op te warmen. De speelse melodietjes, de opwindende trance-beats en de maffe noise zorgen voor een persoonlijk, eigenzinnig mengsel dat bepaald niet misstaat op het toonaangevende Portugese label Clean Feed, dat het album uitbrengt. 

2018-09-10, enola

Het was even stil rond de mafketels-met-zonnekleppen, maar nu zijn ze terug. Er zijn nog altijd weinig bands die zo behendig balanceren op het slappe koord tussen kunst en kitsch als Knalpot.

 

Voor een band waarvan songs regelmatig klinken alsof ze weggeplukt werden uit een Nintendo game, is het altijd grappig om te zien hoe ze op het podium omgeven worden door hectometers kabels. Gerri Jäger en Raphael Vanoli hebben hun basisinstrument, drums en gitaar, maar beschikken ook over een schier eindeloos arsenaal aan bakjes, keyboards en effecten. Het is zo’n warboel van kabels, stekkers, knoppen en mogelijkheden dat je je afvraagt hoe ze er nog hun weg in vinden. Misschien daarom dat het duo in de loop der jaren aangevuld werd met Sandor Caron, hun geluidsman die een essentiële schakel werd voor het totaalgeluid.

 

Nog altijd doen Jäger en Vanoli er alles aan om buiten de traditionele rollen te treden. De drummer combineert akoestisch en elektronisch op een manier die soms herinnert aan volk als Mark Guiliana of Teun Verbruggen, maar heeft net zo goed een verwant in wandelende metronoom Sylvain Darrifourcq. Vanoli is zo inventief in de weer met camouflage en vervorming, dat het soms zoeken is naar die gitaar. Of je zit je af te vragen waar synth begint en gitaar ophoudt. Vanaf opener “Effe zitte” is het dan ook rondwaren in een sound die zelfs voor de jaren tachtig too much zou zijn, met dik aangezette stadionritmes en een inkleuring die even minimalistisch als spacey is.

 

Het gemorrel van “Indianerwurst” kan niet voorkomen dat de gitaar daar even wat meer herkenbaar aanwezig is, al wordt ook nu alles gecontrasteerd met die onverstoorbare ritmes en een aanpak die ergens tussen Tortoise, Squarepusher en Britpop zit. Doe er nog die krappe mitrailleursalvo’s en een grandioze finale bij, en je belandt plots in een wereld van maximalisme. Een mooi contrast met “Fifteen Again”, dat hun ultrarock opnieuw uitdunt naar iets tussen robot- en ambientpop. En net wanneer je gaat denken dat het allemaal wat normaler geworden is bij Knalpot, komen ze op de proppen met “Finally 43”, dat meer gemeen heeft met John Carpenters soundtrack voor The Thing dan met de improgemeenschap waar ze deel van uitmaken.

 

En zo ben je dan beland bij de sterke slotreeks, met de compacte titeltrack die wordt beheerst door Vanoli’s melancholische getokkel. Het lijkt wel alsof het rustig doordaverende ritme van Jäger die fragiliteit nog eens extra in de verf zet. “Effe ligge” herinnert vervolgens een beetje aan Vanoli’s recente soloplaat Bibrax, met delicate gitaareffecten die haast iets hebben van gracieus aanzwellende strijkers uit een barokstuk, terwijl het wordt ingebed in een omgeving van minimalistische beats, waarbij je er het raden naar hebt waar de grens tussen akoestisch, elektrisch en digitaal ligt. Knalpot op z’n mooist.

 

Afsluiter “Erwin And Mitch” duikt via muizenstemmetjes vervolgens in een ouderwets jolige melodie en geinig ritme, om vervolgens een een-tweetje te doen met loeiende riffrock uit stonerrock-contreien. Op papier een onverenigbaar zootje, maar Knalpot slaagt er in om het allemaal te laten samenkomen in een dolgedraaide klankensoep. En daarmee blijft de band vooral ook een eigen ruimte bewonen in de muziek. Ze rotzooien nog altijd met elementen die doorgaans geassocieerd worden met foute boel, maar doen dat op zo’n originele manier dat er zelfs achter de meest uitgebeende momenten een gezelschap schuilt dat inventief en met buitengewone controle (over instrumenten en effecten) in de weer is. Al moet je het misschien wel live zien om dat ten volle te beseffen.

2012-06-01, Oor

The best kept secret of Amsterdam's popmusic. That is Knalpot. Their first EP - Serious Outtakes, released in 2009 on Eat Concrete - got overlooked by OOR.nl. Stupid. This duo makes a mix of jazz, electronics and jazz that is much more exciting than many other electronic pop acts of today. But, and there lies the problem, the stumbling beats' of Knalpot are difficult to place. But precisely that is the charm of Raphael Vanoli and Gerri Jäger, a German and Austrian that ended up in the dutch capital. The two are trained as jazz musicians, but grew up with grunge and metal.

On Sauce the two keep drawing the line that started with Serious Outtakes. Knalpot sounds somewhere between Battles (remember them?), Partisans and the old Scorn.   That means no easy listening. Rhythms (asynchronous, polyrhythmic), searing guitars and samples tumble over each other. It takes a while to discover structure in this chaos, but that's worth the effort. Sauce sounds like a short improvisation in dubstep, opener Stainlees rubs close against mathcore. The closing track AV III tops it of: threatening, frightening and intensely black. It has something from dubstep, but really isn't that. Knalpot is even better live than on record. And that really means something.

THEO PLOEG

2010-12-03, DJWM 2010

A hop, skip and a jump away from Arifa at the Welkweg, is the Sugar Factory (literally, a hop, skip and jump!) but at complete opposite ends of the musical spectrum in terms of sound, was my last band of the night Knalpot.

I have to declare right at the start that I loved this band. I'd never heard of them, but as soon as I set foot in the Sugar Factory, it felt 'right'. Very atmospheric lighting and an intimate feel set the tone. Described as a two man orchestra, Knalpot took to the stage, one drummer, one guitarist, both wearing what looked like hats made from old vinyl lps.

The music, I guess was a cross between, Sigur Ros, Audrey and Jonnesu 1886 (sic). Pounding, rhythmic drums, rock lead guitar but...with live samples and loops, an array of distortion pedals and effect boxes all greating a great noise from the two muisicians. I loved it how they would have to play the drums and guitar one handed as they used the other hand to set off the samples and loops etc.
It was a great set and I'm looking forward to seeing them again.

Oh I almost forgot. So where is the world or jazz element here? Well as the drummer said during the set 'you might not know it but the jazz ethos is in there' and who am I to argue with him?

2009-08-01, Dagblad van het Noorden

They call their music "lo-fi stumblin' groove alarm." The fact is that drummer Gerri Jäger and guitarist/electronicsfreak Raphael Vanoli - who call themselves Knalpot - met at the Amsterdam Jazz Conservatory, love old computergames, loopstations and bitcrushers, fuzz guitars, stumbling beats, soundscapes and noise. Their self-titled debut evokes associations with various bands like Gang of Four, Red Hot Chili Peppers, Big Black, Can and Holy Fuck, but still stands on its own. Jazzy themes, ambient melodies and funky rock grooves are dissected with complex rhythms, obstructive sounds and moments of total soundchaos. The improv-electro rock of Knalpot, named after the Indonesian word for exhaustion pipe, is not easily digestible, but therefore even more fascinating and at times alienating.

2008-07-01, ROCK-A-ROLLA issue 15

At a push it'd be possible to sqeeze Knalpot into the punkfunkelectro bag, but the seams wouldn't hold the duo for long. Sounding a lot more organic than other similarly tooled outfits, their music is stuffed with loops, blips and Mulder melodies. With the fat Casio bass lines, live drums and a guitar that moves between riffs and wondering, this dipped duo effortlessly slip between sonic approaches. With a freshness that summons up a sunny-day-stoned Can or a jazz quartet freed from a dictatorial star player, Knalpot are onto something.

Scott McKeating

Quotes

2018-11-25, Louder than war

It’s a great release that grows on you the more you play it.

2018-11-13, Jazzconvention

An electroacoustic force of great energetic implications. 

2018-11-12, GONZO circus

It is amazing how much variation they create in their music. The energy seems inexhaustible.

2018-11-05, Jazzflits

Playful melodies, the exciting trance beats and the crazy noise provide one personal, idiosyncratic mixture.

2018-09-10, enola

Even behind the most boneless moments you see an inventive collective that is in extraordinary control over instruments and effects.

jazzenzo

KNALPOT stands for development, inventiveness, acuteness and vitality. What else do you wish to get from music?

kindamuzik

A highlight of Eurosonic/Noorderslag Festival 2010

Utrechts Dagblad

The future of Dutch music

Stream Magazine

Probably the best rock duo that surfaced in The Netherlands in 2009. Guitar, electronics, drums and an immense dose of energy

Rock-a-rolla

With a freshness that summons up a sunny-day-stoned Can or a jazz quartet freed from a dictatorial star player, Knalpot are onto something.

Scott McMillan

Despite their limited number, they manage to sound like a bastard hybrid of a load of Rune Grammofon and Warp bands - the skronk of Supersilent, the punk of MoHa, the mathematics of Battles, and the electronic of Pivot.

draaiomjeoren

The most exceptional band of the festival surely was Knalpot, consisting of two experimenters of sonic worlds: Raphael Vanoli and Gerri Jäger … It is really thrilling and pleasing to see such courageous pioneers exist.

Bimhuis

KNALPOT sounds like a motorbike race between Radiohead, Clark and Squarepusher

Fret magazine

An avalanche of dub, noise, rock, drum 'n bass and jazz

euforion

Their 'nu-generator tractor music' full of lo-fi grooves and unexpected combinations turned the crowd crazy. Definitely one of the most memorable nights at Club behind Mirror.





knalpot bandcamp knalpot facebook knalpot mail


music
Yes please (2014) Sauce EP (2011) Serious Outtakes EP (2009)